Polen

Het is de eerste keer dat we op vakantie Polen bezoeken. Eerlijkheid gebied dat we altijd huiverig zijn geweest dit land in het oosten te bezoeken. Er werd verteld dat je er goed moet opletten, ze zijn op je spullen uit en als je even niet uitkijkt ben je alles kwijt. Zó ook bij het tanken, opletten dat je de goede diesel tankt en dat het bedrag dat je moet afrekenen wel het juiste is. En bijkomend is, dat de wegen zeer slecht zijn en het predikaat weg niet waard zijn. Je bent dus gewaarschuwd en allert. Maar ook nieuwsgierig hoe het nu werkelijk is.

Bij de rit van het schiereiland Rugen via de A20 naar de Poolse grens en nog rijdend op een Duitse Autobaan begon de ellende al. Een stuk weg van zeker 6 km wat aangelegd is voor de Tweede Wereldoorlog zorgt voor veel “ hobbel en bobbel” , alles schud en rammelt door elkaar, de schokbrekers maken overuren, en dat op een Duitse Autobaan.

Na dit erbarmelijke stuk komt er een nieuw stuk, mede gefinancierd door de Europeese Gemeenschap. De weg blijft redelijk goed tot en met in de stad Szczecin (Stettin) maar het onderhoud is duidelijk achterstallig.

Het is de eerste kennismaking met Polen waarvan ik altijd heb gedacht dat het achter gebleven gebied is geweest, onder het juk van communistisch Rusland.

Het tegendeel is zeker waar, de ontwikkeling van commerciële activiteiten kan de toets der kritiek met het westen zeker aan. Grote winkelcentra en outlets met grote parkeerplaatsen en opvallend schoon. Winkels, bouwmarkten en vooral de vele benzinestations zijn niet op één hand te tellen. In het verkeer zie je geen rokende en vervuilende auto,s. Dure Audi,s en Porsche sieren het straatbeeld. Nieuwe moderne trams verzorgen het transport vanuit de buitenwijken naar de stad.

Wat wel kenmerkend is de stugheid van de bevolking, afstandelijk en met weinig woorden. Helaas spreken ze slechts hun eigen taal, Duits en Engels word er nauwelijks gesproken, ook niet door jonge mensen.

Ariën Beersma

Szczecin september 2015